Kleine Grote Mensen

Wat doe je als een kind iets doet wat niet mag?

Date

Wij maken duidelijke afspraken met ze (geen snoep pakken uit de kast) en toch doen ze het.

Soms lijkt het of ons kind het erom doet. Wij maken duidelijke afspraken met ze (geen snoep pakken uit de kast) en toch doen ze het. Of wij vragen vriendelijk of ze heel even kunnen wachten totdat wij onze jas aan hebben, en weg is jouw kind al. ‘Waarom kan je nou niet eens luisteren naar wat ik vraag?’

Impulscontrole

Jonge kinderen, met name peuters, hebben hun impulsen nog niet goed onder controle. Dit hoort bij de ontwikkeling en de leeftijd. Pas rond een jaar of 4-5 kunnen zij beter omgaan met uitgestelde aandacht of wachten op een toetje tot na het eten. Het is goed om te bedenken dat het geen onwil is, maar een gebrek aan capaciteit. Zij kunnen daadwerkelijk moeilijk hun impulsen onder controle houden. Daarom is het niet wijs om op tafel een schaal met chocolaatjes neer te leggen en vervolgens te verwachten dat een kind hier af blijft. Dit leidt alleen tot frustratie voor beide partijen. 

Verwachtingen bijstellen

Stel daarom jouw verwachtingen bij. Wanneer je realistische verwachtingen stelt voor een kind, raak je ook minder snel teleurgesteld en boos. Onthoud dat jouw kind zich ontwikkelt en zal leren om zijn impulsen beter onder controle te krijgen. 

Het is niet gelukt

Wanneer een kind zich niet aan de regels houdt, bedenk dan eerst: ‘het is niet gelukt’ in plaats van ‘mijn kind kan niet luisteren.’ Zo treed je jouw kind met een hele andere houding tegemoet. Toon begrip en compassie in plaats van te reageren uit frustratie. 

Niet straffen

Gedragsverandering gebeurt niet door een kind te straffen of hem een slecht gevoel te geven over zichzelf of zijn gedrag. Gedragsverandering gebeurt enerzijds door leeftijd en anderzijds door een ouder die een kind helpt om zijn gevoelens en impulsen te reguleren. 

Hoe lukt het wel?

Bedenk samen met jouw kind een manier om te zorgen dat het de volgende keer wel lukt. Bijvoorbeeld door de snoepjes hoger in de kast te leggen of aan te geven wanneer ze wel een snoepje krijgen. Zo krijgt het kind een beter gevoel over zichzelf en draagt hij bij aan de oplossing. 

Wanneer het de volgende keer wel lukt, benoem dit ook. ‘Je hebt netjes op jouw beurt gewacht, wat fijn!’ 

Meer
artikelen